Een nieuw proces moet ruim twee keer minder slib overlaten dan conventionele processen. Zuiderzeeland zegt het eerste waterschap te zijn dat de technologie van Siemens toepast. Daarvoor maakte het schap een ongebruikte installatie geschikt op de afvalwaterzuivering van Zeewolde. De hoeveelheid slib neemt daarin af, omdat de bacteriën in het slib elkaar op een gegeven moment opeten. Kannibaliseren, heet dat officieel. De bacteriën doen dat als ze in een aparte tank worden ‘uitgehongerd’, samen met het slib dat na reiniging van het afvalwater overblijft. Netto blijft daardoor minder slib over. In de praktijk kunnen de bacteriën de oorspronkelijke hoeveelheid slib met 70 tot 80 procent verminderen. De term kannibaliseren geeft tevens de naam aan het procédé: Cannibal. Engels, omdat de technologie is ontwikkeld in de Verenigde Staten. Siemens Water Technologies kocht haar in 2004 aan. Het kannibalisme wordt door middel van extra beluchting op gang gehouden. “Dat kost extra energie”, zegt Roubos, maar de hoeveelheid valt wat hem betreft alleszins mee. “Haskoning berekende voro Zuiderzeeland dat het extra verbruik in het slechts denkbare scenario ruim 10 procent bedraagt.” In de dagelijkse praktijk verloopt het proces naar zijn verwachting energieneutraal.
Dat verwacht ook Leo van Efferen van het waterschap die het Cannibal-project begeleidt. “Onder de streep kan het verbruik zelfs nog lager uitvallen.” Voor het proces koopt het waterschap groene stroom in. Het proces zelf levert geen energie op. “De installatie is alleen bedoeld om de hoeveelheid slib te reduceren”, benadrukt Van Efferen. Volgens hem wil het waterschap met die reductie de zuiveringskosten verminderen.
De Cannibal-reactor kan indirect energie
opwekken als hij wordt gecombineerd met het project De
Energiefabriek, denkt Roubos. Onder die naam wil een aantal
waterschappen op diverse wijzen zuiveringsslib omzetten in
hernieuwbare energie. Het slib dat uit het Siemens-proces
overblijft, kan daar ook voor worden gebruikt. Daarmee levert het
indirect geld op, terwijl de gebruikelijke verbranding geld kost.
In de Verenigde Staten draaiden inmiddels 45 zuiveringsinstallaties
met deze techniek, melden Roubos en Van Efferen. In de praktijk
reduceren die de toegevoerde hoeveelheid slib met minstens 60
procent, zegt Van Efferen. Een enkele uitschieter wijst zelfs op 90
procent. De praktijk moet uitwijzen of dat hier ook lukt. Van
Efferen heeft er goede hoop op; het waterschap probeerde de
techniek afgelopen jaar met goed gevolg uit in een proefinstallatie
van 2 kubieke meter.
De installatie van Zeewolde haalt bij wijze van proef ook fosfaat
uit het slib. Dat gebeurt door het te mengen met aluminiumchloride.
De chemische verbinding wordt afgescheiden en later mogelijk nuttig
hergebruikt. Zuiderzeeland heeft met deze extra stap in het
zuiveringsproces een wereldprimeur. Siemens en het waterschap
betalen elk de helft van de kosten. SenterNovem stelt voor het
gecombineerde project een half miljoen euro beschikbaar. De bouw
van de installatie begon in oktober. Eind deze maand moet zij in
bedrijf komen. Siemens en Zuiderzeeland sloten voor het
Cannibal-project een contract voor tien jaar.
Bron: Cobouw, 24 februari 2010 / Nieuwsbrief Bodem – Nummer 3, 18 maart 2010
